Het uitgangspunt van onze leerlingenbegeleiding is: ‘Elke leerling moet op een ontspannen en aangename manier zijn beroep kunnen leren’.

Om dit uitgangspunt waar te maken wordt multidisciplinair samengewerkt in de ‘Cel leerlingenbegeleiding’.

Elke dinsdagmorgen komen de verantwoordelijke van het leerlingensecretariaat, de maatschappelijk werker, de leerlingenbegeleiders, de psychologe, de verpleegster, het CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding) en de adjunct-directeur bijeen. Zij vormen de ‘Cel leerlingenbegeleiding’ en staan in voor de coördinatie.

Het begeleiden van leerlingen houdt in dat elke leerling de kans moet krijgen om bij iemand aan te kloppen met zijn/haar ‘probleem’. Of het nu gaat om pesten, problemen thuis of met een leerkracht, of ze voelen zich niet goed in hun vel, de jongeren moeten weten dat er naar hen wordt geluisterd.

We werken daarvoor vanuit het ‘drielijnen model’:

Dit model geeft de leerkracht de belangrijkste plaats. Hij/zij vormt de eerste lijn van waaruit hulp kan geboden worden. Hij kent immers het beste de leerling. Samen met de collega’s kan hij in de begeleidende klassenraden overleggen over eventueel te nemen stappen of aanpak. Op hun beurt kan de klassenraad de cel leerlingenbegeleiding inschakelingen via een melding in het klassenraadverslag.Daarnaast kunnen de leerlingen ook terecht bij de leerlingenbegeleiders: de tweede lijn. Deze hulp wordt bewust laagdrempelig gehouden. Reeds bij de verwelkoming van nieuwe leerlingen zal de begeleider er op wijzen dat ze steeds bij hem/haar terecht kunnen met hun problemen. Hij zal ze ook vertellen dat hij liever een ‘klein probleempje’ meehelpt oplossen dan dat hij pas kan helpen wanneer dit probleem is geëvolueerd naar een ondoorzichtig kluwen. Op simpele vraag kan een leerling zich aanmelden bij de leerlingenbegeleider. Hij zal er wel over waken dat het les volgen niet in het gedrang komt. Via één of meerdere gesprekken probeert men tot een oplossing te komen. Indien nodig kan de leerlingenbegeleider ook in de klas komen om samen met de leerkracht en de klasgroep het probleem te bespreken. Bij de gesprekken gaan we altijd uit van wat de leerling wél kan. We proberen ze zoveel mogelijk positief te benaderen en ze te stimuleren en motiveren in functie van het leer- en opvoedingsproces. Zo komen een aantal leerlingen wekelijks met hun agenda langs bij de begeleider. Via de nota’s van de leerkrachten worden hun inspanningen en gedrag geëvalueerd. Soms krijgen de leerlingen de opdracht te zorgen voor enkele goeie nota’s. Op deze manier proberen we tot een verbeterde inzet en houding te komen. Indien de problematiek zo complex is dat gespecialiseerde hulp nodig is kan, na bespreking in de cel, een beroep gedaan worden op externe diensten: de derde lijn. Gaande van het (CLB) over Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg tot Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW)… Via de maatschappelijk werker wordt verder contact gehouden met deze diensten. Hij licht eveneens de cel in, zo kan de begeleiding in en buiten de school op elkaar afgesteld worden.
Naast de hulpvraag van een leerling kan de leerlingenbegeleider ook ingeschakeld worden bij crisis. Een conflictsituatie kan uitmonden in een crisissituatie. Via het gebruik van walkietalkies is de begeleider steeds vlot te bereiken en snel inzetbaar. Hij kan de leerling die uit de bol gaat, afzonderen. Een korte of een langere time–out geeft de leerling de kans om tot rust te komen. Na deze afkoelingsfase zal de leerlingenbegeleider steeds een gesprek voeren over de reden van de crisis. Hij zal echter nooit straffen. Dit is in de eerste plaats de taak van de leerkracht zelf. Via het gesprek probeert hij de terugkeer naar de klas voor te bereiden en kijkt hij samen met de leerling hoe in de toekomst zo’n crisis kan worden vermeden. Op een pro-actieve manier wordt zo gewerkt aan de sociale vaardigheden van de jongere. De begeleider kan ook de leerkracht advies geven over de specifieke aanpak die de jongere vraagt.

Naar de toekomst toe wordt gewerkt aan de verdere implementatie van LSCI (Life Space Crisis Intervention). Via de beleving van de jongere, steunend op een op te bouwen vertrouwensrelatie, wordt er geprobeerd om hem zelf verantwoordelijkheid voor zijn eigen storend gedrag te laten opnemen. Geloof en inzicht in zichzelf en de anderen, gepast omgaan met gevoelens zoals angst en agressie, het vinden en oefenen van oplossingen zijn doelen die in LSCI worden nagestreefd.

Wanneer deze jongere regelmatig voor moeilijkheden zorgt in de klasgroep, of wanneer een leerling nood heeft aan specifieke therapie (bij gebrek aan assertiviteit, bij steelgedrag, ADHD, autisme…) kan de cel een beroep doen op de hulp van de schoolpsychologe. Ook zij zal de cel informeren over de vorderingen.

De cel zal ook constant afwegen welke informatie moet worden doorgegeven aan de leerkrachten en welke beter binnen zaken de beperkte groep blijven. Want het informeren van de eerste lijn zal naar de verdere aanpak en voor de kans op slagen zeer belangrijk zijn. Een vlotte communicatie tussen de eerste en de tweede lijn zal de kans op succes in grote mate beïnvloeden. De cel zal ook nadenken over het moment dat er contact moet worden gezocht met de ouders.

Onze school telt heel wat jongeren met gedrags- en emotionele problemen. Regelovertredend gedrag is bij die groep vaak aanwezig. Op vraag van de klassenraad kan de begeleider hierbij hulp bieden. Dit kan gaan van het opstellen van een leerlingspecifieke ‘gedragsvolgkaart’, waarbij uur na uur gewenst gedrag geëvalueerd wordt door de leerkracht, tot het uitwerken van een belonings- en bestraffingssysteem. Voor andere leerlingen zal geopteerd worden voor een contract waarin duidelijk staat wat de school van de jongere verwacht. De school kan er zich ook toe verbinden om een kader te scheppen waarbij het specifieke probleemgedrag minder kans maakt.

Naast deze curatieve acties zal de cel leerlingenbegeleiding op preventief vlak acties ondernemen. Zo wordt nagedacht hoe speeltijden -vaak een plaats waar conflicten starten- beter kunnen verlopen. De laatste jaren werd geïnvesteerd in allerhande spelmateriaal dat de leerlingen kunnen ontlenen. Gaande van voet- en basketballen tot skateboards, badmintonmateriaal en tafeltennisuitrusting. Wekelijks zorgt de leerlingenbegeleider voor muziek op de speelplaats. De actuele hits zorgen voor een ontspannen sfeer en monden soms uit in schitterende dansacties. Voor al deze voorzieningen doet de begeleider vaak een beroep op leerlingen. Op die manier willen we leerlingenparticipatie verder vorm geven. Veel ideeën die bijdragen tot het welbevinden van de leerlingen worden ook aangereikt door hen zelf via het jongerenparlement dat op regelmatige basis samenkomt. Een positief schoolklimaat zorgt immers op zijn beurt voor minder probleemgedrag op school.

De cel neemt ook beleidsondersteunde acties. Daar conflicten en pesten vaak de oorzaak zijn van veel ongenoegen wordt in de cel gewaakt over de uitvoering van ons pestactieplan in samenwerking met de leerkrachten. Ook rond roken en druggebruik onderneemt zij acties.

Een vast agendapunt op de vergaderingen van de cel is het afwezigheids- en spijbelbeleid. Week na week wordt de zaak opgevolgd en brengt de verantwoordelijke van het leerlingensecretariaat verslag uit. Volgens een eigen stappenplan worden acties ondernomen. Dit kan gaan van een gesprek met de leerling, het uitnodigen op school van de ouders, het inschakelen van het CLB, tot contact met de wijkagent of het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg. Dank zij de aanwezigheid van het CLB in de cel kan uitermate doeltreffend beroep gedaan worden op hun expertise.

Gezien vele leerlingen lijden aan ADHD of andere stoornissen is ook het luik ‘medicatie’ een vaste rubriek op de bijeenkomsten van de cel. De verpleegster zorgt dat ouders de nodige medicatie tijdig voorzien en verzorgt de verstrekking ervan. Problemen rond de medicatie kunnen besproken worden met de ouders, schoolarts of behandelende artsen. Ook zal de verpleegster de hygiëne bij onze leerlingen opvolgen. Vaak komt hier de sociale achtergrond van onze leerlingen aan bod. Het al of niet hebben van een ingerichte badkamer speelt hier zeker mee. Wanneer er thuis een budgetmeter werd geïnstalleerd ontbreekt het hen vaak aan warm, stromend water…

Naast de vele aandacht die naar leerlingen met problemen gaat probeert de leerlingenbegeleiding ook aandacht te hebben voor de ‘grijze’ leerling. De leerling die gewoon doet wat van hem/haar verlangt wordt, die het jaar door eerder weinig speciale aandacht vraagt. Zo stelde de begeleiding een lijstje op van dergelijke leerlingen. Per leerjaar werden ze dan aan tafel bij de directie uitgenodigd. Tijdens het etentje konden ook zij dan even hun verhaal kwijt of konden ze suggesties doen om het welbevinden verder te verbeteren. Ook kunnen leerlingen die geen strafstudie oplopen gedurende een bepaalde periode deelnemen aan een toffe activiteit.

We zijn er van overtuigd dat belonen nog belangrijker is dan straffen. Vanuit de cel wordt teambuilding en een toffe klasspirit gestimuleerd. Pedagogische eenheden die zich hiervoor inzetten kunnen via een beloningssysteem met jetonnen en kokers per klas zelf een leuke activiteit voorop stellen.

Via het elektronisch platform Smartschool worden alle interventies of gesprekken genoteerd in het leerlingvolgsysteem. Rapporten, individuele klassenraadverslagen, huisbezoekenverslagen,… kunnen op die manier vlot worden ingekeken en dienen als basis bij gesprekken met leerlingen en ouders. Dit alles geeft in een oogwenk een breder beeld van de leerling en zijn problematiek. Smartschool werkt via een externe server. Op die manier kan vanuit elke vestigingsplaats en op elk tijdstip de dossiers worden geraadpleegd. Met een handig icoontje roep je in geen tijd de laatste wijzigingen op. Handig om je vlug te informeren over het reilen en zeilen op school.
De cel zal bij al deze initiatieven een coördinerende rol spelen
. Dankzij dit gestructureerde overleg zijn we van eerder versnipperd werken geëvolueerd naar een geïntegreerde aanpak. Op die manier dragen we bij tot prettige ‘leefschool’.

H. Verstraete,
Adjunct - directeur